Geen woorden maar daden. De Rotterdamse mentaliteit blijkt bij de omschakeling naar biobrandstoffen. Terwijl autobezitters, autoverkopers en pompstations overal op elkaar wachten met de omschakeling, hakt de havenstad de knoop door. De gemeente Rotterdam en de Rotterdamse Taxi Centrale gaan hun wagenparken drastisch vergroenen, en binnen twee jaar komen er tien tot twaalf bio-tankstations in de stad. Biobrandstoffen in de lift.

Wat zijn eerste- en tweede-generatie biobrandstoffen?
De ene biobrandstof zorgt voor minder CO2-uitstoot dan de andere. Traditionele biobrandstoffen - zoals biodiesel uit koolzaadolie of zonnebloemolie en alcohol uit suikerbieten of maïs - worden ook wel de eerste-generatie biobrandstoffen genoemd. Ze zorgen voor een CO2-reductie van maximaal 50 procent. De verdere ontwikkeling van biobrandstoffen kan leiden tot biobrandstoffen met een CO2-reductie van rond de 90 procent. De technologieën om deze biobrandstoffen te maken, zijn nog volop in ontwikkeling. Naar verwachting komen tweede-generatie biobrandstoffen pas na 2010 op de markt.


Akkoord richtlijn duurzaamheidscriteria biobrandstoffen
12-12-2008
In Brussel bestaat overeenstemming over de richtlijn hernieuwbare energie. Onderdeel van die richtlijn zijn de duurzaamheidseisen voor biobrandstoffen, een belangrijk punt voor Nederland. Er gaan duurzaamheidseisen gelden voor alle biobrandstoffen die meetellen voor de Europese doelstellingen van hernieuwbare energie.
De richtlijn bevat eisen voor de CO2-prestatie in de biobrandtofketen. Ook worden gebieden met hoge biodiversiteitswaarde, zoals oerwoud en ander primair bos, beschermd. Gebieden met een hoge koolstofvoorraad moeten deze koolstofvoorraad houden. Dit laatste betekent bijvoorbeeld dat wetlands voor de productie van grondstoffen voor de biobrandstoffen niet ontwaterd mogen worden. Er komt een rapportageverplichting voor bedrijven over andere milieueffecten, zoals bodem, water en lucht. Ook wordt gerapporteerd over het herstel van verarmde gronden, sociale aspecten, voedselprijzen en landgebruiksrechten. Dit laatste is belangrijk voor inheemse bevolkingsgroepen. Ook de indirecte effecten of verdringingseffecten worden behandeld in de richtlijn.
De Europese Commissie zal elke twee jaar een rapportage uitbrengen over deze aspecten. Die rapportage zal bijvoorbeeld gaan over de manier om indirecte CO2-effecten in beeld te brengen. Daarnaast worden de gevolgen voor de voedselprijzen en voedselzekerheid duidelijk gemaakt.
Achtergrond
In 2006 is Nederland gestart met het ontwikkelen van duurzaamheidscriteria voor biomassa voor energietoepassingen (in de zogenoemde commissie Cramer). In het Verenigd Koninkrijk was een vergelijkbare ontwikkeling aan de gang. Beide landen besloten gelijk op te trekken, waarbij Duitsland zich snel aansloot. Onder meer deze ontwikkeling heeft de Commissie ertoe aangezet op Europees niveau in actie te komen. Begin 2008 leidde dit tot een richtlijnvoorstel hernieuwbare energie, waarin de duurzaamheidscriteria opgenomen waren. Deze week is hierover in Brussel informeel een akkoord bereikt. Het Europees Parlement en de Raad zullen dit akkoord op korte termijn bevestigen.
bron: http://www.vrom.nl//pagina.html?id=38262


Forse toename Nederlandse biobrandstofproductie
- Capaciteit kan naar 5 miljoen ton per jaar in 2011
- Nederlandse overheid stelt geen duurzaamheidseisen

Amsterdam, 9 oktober 2008 – Uit onderzoek van Milieudefensie blijkt dat producenten in Nederland van plan zijn om eetbare oliën zoals koolzaad, palmolie en soja te verwerken tot drie miljoen ton biodiesel per jaar in 2011. De totaal beschikbare capaciteit biobrandstoffen is nog groter; ruim vijf miljoen ton per jaar in 2011. Een zorgwekkende ontwikkeling volgens Milieudefensie. De productie van de huidige biobrandstoffen leidt tot ontbossing, hogere voedselprijzen en landrechtconflicten met de lokale bevolking.

Tien fabrieken kunnen onder meer soja verwerken tot biodiesel. De meerderheid heeft geen idee van de herkomst of procuctiewijze van de soja. Uit eerder onderzoek van Milieudefensie blijkt dat voor de aanleg van sojaplantages vaak tropisch regenwoud wordt gekapt. Probleem is ook dat de meeste onderzochte fabrieken biobrandstof gaan produceren op basis van eetbare oliën en daardoor rechtstreeks concurreren met de voeldselvoorziening die van deze producten afhankelijk is.

De Nederlandse overheid stelt nu geen enkele duurzaamheidseis voor de productie van biobrandstof. Volgens Milieudefensie is het onmogelijk om op grote schaal duurzame biobrandstoffen te produceren. “Daarom roepen we de Nederlandse overheid op ervoor te zorgen dat er geen Europese bijmengverplichting van 10 procent voor biobrandstoffen komt”, aldus campagneleider Anne van Schaik.

Zes producenten van biodiesel uit eetbare oliën hebben plannen voor een tweede fabriek of uitbreiding van de capaciteit. Of de plannen doorgaan hangt sterk af van de besluitvorming van de Europese Unie. Die beslist de komende maanden of en hoeveel biobrandstof verplicht bijgemend moet worden in de gewone brandstoffen.
Bron: milieudefensie.nl


Europarlement kiest voor duurzame biobrandstoffen
2-10-2008
De omstreden Europese keuze voor biobrandstoffen blijft overeind. Vandaag schaarde de commissie Industrie en Energie van het Europese Parlement zich achter de doelstelling dat het verkeer tegen 2020 voor 10 procent op biobrandstoffen moet rijden. Het EP heeft wel het accent verschoven naar duurzame biobrandstoffen.

Ontbossing en hoge voedselprijzen
Biobrandstoffen kwamen de voorbije maanden onder vuur te liggen omdat ze mee verantwoordelijk worden geacht voor ontbossing en stijgende voedselprijzen. Niettemin houdt het EP vast aan de doelstelling dat biobrandstoffen binnen twaalf jaar 10 procent van de brandstofconsumptie moeten vertegenwoordigen. Bovendien stelt het EP een tussentijdse doelstelling van vijf procent tegen 2015 voorop.

Strengere criteria
Onder impuls van de groene rapporteur Claude Turmes zijn de criteria wel sterk aangescherpt. Zo moet een aanzienlijk deel van deze brandstoffen (20 pct in 2015, 40 pct in 2020) komen uit elektriciteit en waterkracht, of van biobrandstoffen van de tweede generatie, die geen hypotheek leggen op de voedselproductie (biomassa, afval,...).

Voluit voor hernieuwbaar
De biobrandstoffen maken deel uit van een ruimere richtlijn die het gebruik van hernieuwbare energiebronnen in Europa moet bevorderen. Met een overweldigende meerderheid van 50 tegen 2 bevestigden de Europarlementsleden de doelstelling dat 20 procent van de Europese energieconsumptie tegen 2020 uit hernieuwbare bronnen moet komen. (belga/eb)
Bron: http://www.demorgen.be/dm/nl/990/Buitenland/article/detail/412635/2008/09/11/Europarlement-kiest-voor-duurzame-biobrandstoffen.dhtml


Europarlement wil maar 6 procent biobrandstof in 2020
13-09-2008
De grootste fracties in het Europees Parlement zijn het eens geworden over een nog lager percentage als streven voor biobrandstoffen. Het doel is nu dat in 2020 6 procent van alle brandstoffen voor verkeer biobrandstof is. Het oorspronkelijke doel van de Europese Commissie van 10 procent kwam de laatste tijd steeds meer onder vuur te liggen omdat biobrandstoffen volgens deskundigen leiden tot ontbossing, hogere voedselprijzen en soms zelfs méér in plaats van minder CO2-uitstoot. De milieucommissie van het EP zakte daarom al naar een percentage van tussen de 8 en de 10. De industriecommissie gaat nu naar 6 procent. De EU-landen moeten er nog mee instemmen.

Voor de vorm blijft de 10 procent weliswaar overeind, maar 40 procent daarvan moet komen uit elektriciteit uit hernieuwbare energiebronnen of uit waterstof en zeker niet uit de 'problematische' biobrandstoffen. PvdA-europarlementariër Dorette Corbey is blij met het nieuwe streefpercentage omdat ook zij de negatieve effecten van biobrandstoffen vreesde. Bovendien vormen de nieuwe afspraken een goede prikkel voor bijvoorbeeld het autorijden op waterstof. Sommige autofabrikanten zijn daar al serieus mee bezig. Het EP wil ook dat in 2020 8 procent van alle auto's helemaal geen CO2 meer uitstoten.
Bron: ANP


Biobrandstoffen en duurzame biobrandstoffen

Biobrandstoffen worden gewonnen uit plantaardig of dierlijk materiaal (biomassa) en kunnen vloeibaar of gasvormig zijn. Ze kunnen fossiele brandstoffen zoals benzine of diesel vervangen. Er zijn verschillende soorten biobrandstoffen

Biobrandstof verergert de klimaatproblemen en vergroot honger en armoede

25-06-2008

Het huidige biobrandstoffenbeleid lost de klimaat- of brandstofcrises niet op, maar draagt bij aan voedselonzekerheid en inflatie. Arme mensen worden hierdoor het hardst getroffen, volgens een nieuw rapport van de internationale organisatie Oxfam.

In het rapport 'Another Incovenient Truth' dat vandaag uitkomt, berekent Oxfam dat het biobrandstoffenbeleid van rijke landen meer dan 30 miljoen mensen de armoede in heeft geduwd. Biobrandstoffen zijn voor bijna 30 procent verantwoordelijk voor de wereldwijde crisis in voedselprijzen.

"Het biobrandstoffenbeleid draagt eigenlijk bij aan een versnelling van klimaatverandering en verergert de armoede en honger. De vraag van rijke landen naar meer biobrandstoffen voor hun transport heeft de productie omhooggejaagd en geleid tot inflatie van de voedselprijzen," zegt de schrijver van het rapport, Oxfams beleidsadviseur voor biobrandstoffen Rob Bailey.

Rijke landen steunen hun eigen productie van biobrandstoffen met streefcijfers, subsidies, belastingsvoordelen en tarieven. Deze nieuwe 'belasting op voedsel' treft arme mensen het hardst, omdat zij het grootste deel van hun inkomen uitgeven aan voedsel.

Vorig jaar besteedden rijke landen bijna 15 miljard dollar uit aan steun aan biobrandstoffen, terwijl ze het goedkopere ethanol uit Brazilië buiten de deur hielden, een product dat veel minder schade toebrengt aan de voedselzekerheid in de wereld . Een zelfde bedrag is volgens Oxfam nodig om arme mensen te helpen de voedselcrisis te overleven.

De biobrandstoffen die nu worden geteeld zijn geen effectief antwoord op de klimaatverandering, zegt Oxfam. Biobrandstoffen nemen landbouwgrond over en dwingen boeren kostbare natuurgebieden in gebruik te nemen, zoals bossen en moerassen die belangrijk zijn voor de CO2-opname. Door ontginning komt koolstof uit de grond en vegetatie vrij, iets wat decennia zal duren om te herstellen.

De EU-doelstelling om 10% biobrandstoffen in te zetten in 2020 zal volgens Oxfam geen besparing van CO2 uitstoot opleveren. Oxfam schat dat door veranderingen in het landgebruik voor palmolie juist 70% meer CO2 zal vrijkomen dan de jaarlijkse besparingen die de EU hoopt te bereiken.

Het rapport stelt dat biobrandstoffen de behoefte aan brandstofzekerheid van de rijke landen niet oplossen. "Zelfs wanneer vandaag nog de hele wereldvoorraad graan en suiker tot ethanol wordt verwerkt - waardoor iedereen nog minder te eten krijgt - dan kunnen we slechts 40 procent van onze petroleum- en dieselconsumptie vervangen," zegt Bailey. "De regeringen van rijke landen moeten biobrandstoffen niet als excuus gebruiken om besluiten te vermijden die dringend nodig zijn. Besluiten over hoe de ongeremde vraag naar petroleum en diesel terug te dringen."

Nederland loopt in de EU voorop met het voornemen in 2010 5,75% biobrandstof bij te mengen bij onze reguliere brandstof en moet daarom grote volumes biobrandstof gaan importeren. Dat staat op gespannen voet met de duurzaamheidcriteria die Nederland wil toepassen. In de praktijk blijkt dat voor Nederland de volumedoelstelling zwaarder weegt dan de duurzaamheidcriteria.

In ontwikkelingslanden kunnen biobrandstoffen alternatieve duurzame energie opleveren voor arme mensen in achtergestelde gebieden. In Mali bijvoorbeeld, leveren bio-energieprojecten schone energiebronnen op voor arme plattelandbewoners. Maar ook hier kunnen de economische, maatschappelijk en milieukosten ernstig zijn en landen moeten hier voorzichtig mee omgaan.

"Biobrandstoffen waren bedoeld als alternatief voor olie - een betrouwbare bron van energie voor het vervoer. Maar rijke landen hebben hun beleid dusdanig ontworpen dat het veel te veel de belangengroepen in eigen land dient. Zij maken de klimaatverandering nog erger, niet beter. Zij roven gewassen en land weg van de voedselproductie, en zij vernietigingen gaandeweg miljoenen huishoudens," zegt Bailey.

'Another Incovenient Truth' doet de volgende aanbevelingen:
Rijke landen:

- nieuwe biobrandstofprogramma's bevriezen
- bestaande biobrandstofprogramma's die armoede verergeren en klimaatverandering versnellen herzien
- de subsidies en belastingsvoordelen voor biobrandstoffen afschaffen
- het invoertarief op biobrandstoffen verlagen
Ontwikkelingslanden:
- zeer voorzichtig te werk gaan, waarbij zij voor de lange termijn plannen, ambitieuze doelstellingen vermijden en de economische, maatschappelijk en milieu-effecten van biobrandstoffen analyseren
Bedrijven en investeerders:
- zorgdragen dat biobrandstofprojecten niet plaatsvinden zonder de vrije en geïnformeerde toestemming vooraf van plaatselijke gemeenschappen
- in afgelegen gebieden toegang tot energie stimuleren

Bron: Oxfam Novib

 

Biologisch (on)verantwoord. Worden al die biodieselfabrieken in Rotterdam voor niets gebouwd?

De kritiek op biobrandstoffen neemt toe. En dat terwijl Nederland koploper op het gebied van zulke brandstoffen wil worden.

Nog geen jaar geleden was dit nog een verlaten grasveld in de Botlek in de Rotterdamse haven; nu staat hier tussen de reuzentanks van opslagbedrijf Vopak een bijna voltooide fabriek. Deze zomer hoopt Biopetrol, een Zwitserse dochteronderneming, haar eerste liters biodiesel te produceren. Stroomopwaarts, in Pernis, bouwt Dutch Biodiesel een fabriek die later dit jaar moet gaan produceren. Eveneens in Pernis ontwikkelt WHEB Biofuels een fabriek. En vorige week legde de Rotterdamse burgemeester, Opstelten, in de Europoort de eerste steen voor een fabriek van het Spaanse Abengoa, een van 's werelds grootste makers van biobrandstoffen. De bouw van nog eens vier productievestigingen van biobrandstoffen staat op stapel. Het Havenbedrijf Rotterdam schat dat de biobrandstofsector de komende zes jaar goed is voor 1,6 miljard euro aan investeringen in de haven.
Lees het hele artikel http://www.intermediair.nl/artikel.jsp?id=1236125

 

Milieuorganisaties presenteren lijst van 'goede' en 'foute' biomassa
Gezamenlijk persbericht van Stichting Natuur en Milieu en De Provinciale Milieufederaties.
Minister Van der Hoeven ontvangt rapport over duurzame biomassa

24 januari 2008
Stichting Natuur en Milieu en De Provinciale Milieufederaties presenteren vandaag een lijst van goede en foute soorten biomassa. Sommige soorten biomassa leiden tot kap van oerwouden, hogere voedselprijzen en soms tot zelfs meer uitstoot van broeikasgassen dan olie of kolen. Slechte biomassa zijn koolzaad, soja, palm- en zonnebloemolie, tarwe, bieten en mest. Deze biomassasoorten zouden niet door overheid gesubsidieerd moeten worden. Goede biomassa zijn allerlei reststromen uit de voedingssector, landbouw en industrie, evenals diverse houtige gewassen, zoals hennep, riet, populier en wilg.
De milieuorganisaties concluderen dat er voldoende mogelijkheden zijn voor duurzame elektriciteitsproductie met biomassa. Op korte termijn zijn er echter te weinig duurzame biobrandstoffen voor het verkeer.

Minister Maria van der Hoeven, directeur Mirjam de Rijk van Natuur en Milieu en voorzitter Volkert Vintges van De Provinciale Milieufederaties met de lijst 'Heldergroene biomassa' in Den Haag. Meer foto's.
De milieuorganisaties bieden hun visie 'Heldergroene biomassa' vandaag aan minister Van der Hoeven (Economische Zaken) aan. De milieuorganisaties roepen de overheid op om alleen echt duurzame soorten biomassa te stimuleren. Concreet vragen ze de overheid:
>> subsidieer geen foute biomassa in de subsidieregeling voor duurzame elektriciteit (SDE). De lijst van 'goede' en 'foute' biomassa kan daarbij als leidraad dienen;
>> verlaag de verplichte doelstelling om in 2010 5,75% biobrandstof aan de autobrandstoffen toe te voegen. Tel alleen de echt duurzame biobrandstoffen mee;
Richt het stimuleringsbeleid op daadwerkelijke CO2-besparing die een biomassasoort oplevert. Dit betekent dat de subsidie voor elektriciteitsproductie hoger moet zijn naarmate de toegepaste biomassasoort meer CO2-reductie oplevert. Ook bij de bijmengregeling zouden biobrandstoffen die veel CO2-winst opleveren zwaarder moeten meewegen.
In de visie 'Heldergroene biomassa' staan tien duurzaamheidscriteria waaraan biomassa moet voldoen. Met deze criteria hebben milieuorganisaties alle gangbare soorten biomassa beoordeeld. Voor het eerst is er nu een totaaloverzicht van duurzame en niet-duurzame biomassa.
In hun visie noemen de milieuorganisaties vormen van duurzame biomassa die in Nederland geproduceerd kunnen worden. Ze kiezen voor schoon resthout uit de industrie, snoeihout uit bossen en houtwallen en papierslib (een restproduct uit de papierindustrie). Ook kunnen gewassen als wilg, riet en olifantsgras worden geteeld. De teelt van hout biedt mogelijkheden voor landschapsherstel, natuurontwikkeling en recreatie. Biomassa uit ooibossen, broekbossen, grienden en houtsingels kunnen de biodiversiteit in het landelijk gebied herstellen. http://www.natuurenmilieu.nl/page.php?pageID=15&itemID=3324

Huidige biobrandstoffen dragen niet bij aan duurzaam transport

Er is meer klimaatwinst te halen door biomassa in stroom om te zetten dan als directe vervanging van benzine of diesel. Daarom is een voorstel om transportbrandstoffen om te zetten in biobrandstoffen niet de beste investering in duurzaamheid. Dat blijkt uit “Local and global consequences of the EU renewable directive for biofuels: testing the sustainability criteria” van het Milieu- en Natuurplanbureau. Bevindingen uit deze studie worden vandaag gepresenteerd in het Europees Parlement.

10% biobrandstof voor transport
De Europese Commissie heeft op 23 januari voorstellen voor energie en klimaat gepresenteerd. Voor de transportsector is daarbij het doel van 10% hernieuwbaar gesteld. Dit doel kan alleen worden gehaald door de inzet van biobrandstoffen. De Europese Commissie heeft aangegeven dat deze biobrandstoffen duurzaam moeten worden geproduceerd en dat de broeikasgasemissies over de gehele keten minstens 35% lager moeten zijn dan van fossiele benzine of diesel. Alle biobrandstoffen kunnen daaraan voldoen.

Hogere voedselprijzen
Omdat bestaande technieken voor biobrandstof gebaseerd zijn op voedselgewassen, zoals granen, maïs, suikerbieten en palmolie (waarvan de laatste niet past binnen de duurzaamheidcriteria), zal de EU biobrandstof doelstelling van 10% leiden tot hogere voedselprijzen. Deze hogere voedselprijzen hoeven niet alleen negatieve gevolgen te hebben. Maar landen die voedsel importeren zullen, zoals veel Afrikaanse landen, zullen wel degelijk hinder ondervinden van deze stijgende prijzen. De prijseffecten zullen nog groter worden als andere landen ook biobrandstoffen gaan stimuleren, zoals de Verenigde Staten van plan zijn door de productie van bio-ethanol de komende 10 jaar te laten stijgen naar ruim 130 miljard liter (waarvoor ruim 30 miljoen hectare nodig is).

Biodiversiteitbehoud botst met broeikasgasreductie
Voor de productie van biobrandstoffen is meer land nodig. Uitgaande van de bestaande technieken komt een 10% doel in 2020 neer op een areaal van 20 tot 30 miljoen ha, waarvan ongeveer 16 miljoen ha in Europa zelf. Een dergelijk areaal is binnen Europa alleen beschikbaar als het landbouwbeleid van de EU wordt geliberaliseerd. Echter, bij volledige marktwerking zal de EU slechts de helft van de noodzakelijke gewassen zelf verbouwen. De andere helft zal worden geïmporteerd, omdat de productie van biobrandstoffen daar goedkoper kan. Om te voorkomen dat hierdoor verlies van biodiversiteit optreedt, kan ingezet worden op efficiënter landbouwproductie, door gebruik van kunstmest. Dit levert bij sommige gewassen echter hogere stikstofemissies op, wat in de vorm van lachgas ook een broeikasgas is. Het EU doel om biodiversiteitsverlies te stoppen kan daarmee botsen met het doel om de emissies van broeikasgassen te verlagen.

Duurzaam transport
De hoop is voor een deel gevestigd op nieuwe biobrandstoffen. Als onbruikbare afvalstromen daarmee een nuttige toepassing krijgen, is dat een goede zaak. Maar die nieuwe biobrandstoffen zijn ecologisch gezien niet altijd de beste optie. Nieuwe technieken voor duurzaam transport zijn auto’s op waterstof, hybride auto’s, oplaadbare hybride auto’s en volledig elektrische auto’s. De productiekosten van deze technieken zijn relatief hoog, omdat ze –met uitzondering van hybride auto’s- nog niet commercieel geproduceerd worden. Gezien de noodzaak van duurzame alternatieven voor verkeer is het cruciaal de kansen die dergelijke opties bieden zoveel mogelijk te benutten.
Bron: www.mnp.nl

 

Subsidie op Roetfilters

Subsidie op zonnestroom

Duurzame brandstoffen

Energielabel voor huizen - Energielabel voor woningen

Subsidie op dubbel glas? Subsidie op dubbel glas komt terug.

Subsidie voor windmolens en windenergie.

Subsidies voor windenergie. Windmolens in zee en op land.

Subsidie op zonnepanelen.

Subsidie op zonneboilers.

Subsidies en premies voor zonne-energie, zonneboilers en zonnepanelen

Nieuwe subsidie voor groene stroom

Allerlei subsidies voor jou