|
Akkoord richtlijn duurzaamheidscriteria
biobrandstoffen
12-12-2008
In Brussel bestaat overeenstemming over de richtlijn
hernieuwbare energie. Onderdeel van die richtlijn zijn de
duurzaamheidseisen voor biobrandstoffen, een belangrijk punt
voor Nederland. Er gaan duurzaamheidseisen gelden voor alle
biobrandstoffen die meetellen voor de Europese doelstellingen
van hernieuwbare energie.
De richtlijn bevat eisen voor de CO2-prestatie in de
biobrandtofketen. Ook worden gebieden met hoge
biodiversiteitswaarde, zoals oerwoud en ander primair bos,
beschermd. Gebieden met een hoge koolstofvoorraad moeten deze
koolstofvoorraad houden. Dit laatste betekent bijvoorbeeld dat
wetlands voor de productie van grondstoffen voor de
biobrandstoffen niet ontwaterd mogen worden. Er komt een
rapportageverplichting voor bedrijven over andere
milieueffecten, zoals bodem, water en lucht. Ook wordt
gerapporteerd over het herstel van verarmde gronden, sociale
aspecten, voedselprijzen en landgebruiksrechten. Dit laatste is
belangrijk voor inheemse bevolkingsgroepen. Ook de indirecte
effecten of verdringingseffecten worden behandeld in de
richtlijn.
De Europese Commissie zal elke twee jaar een rapportage
uitbrengen over deze aspecten. Die rapportage zal bijvoorbeeld
gaan over de manier om indirecte CO2-effecten in beeld te
brengen. Daarnaast worden de gevolgen voor de voedselprijzen en
voedselzekerheid duidelijk gemaakt.
Achtergrond
In 2006 is Nederland gestart met het ontwikkelen van
duurzaamheidscriteria voor biomassa voor energietoepassingen (in
de zogenoemde commissie Cramer). In het Verenigd Koninkrijk was
een vergelijkbare ontwikkeling aan de gang. Beide landen
besloten gelijk op te trekken, waarbij Duitsland zich snel
aansloot. Onder meer deze ontwikkeling heeft de Commissie ertoe
aangezet op Europees niveau in actie te komen. Begin 2008 leidde
dit tot een richtlijnvoorstel hernieuwbare energie, waarin de
duurzaamheidscriteria opgenomen waren. Deze week is hierover in
Brussel informeel een akkoord bereikt. Het Europees Parlement en
de Raad zullen dit akkoord op korte termijn bevestigen.
bron: http://www.vrom.nl//pagina.html?id=38262
Forse toename Nederlandse
biobrandstofproductie
- Capaciteit kan naar 5 miljoen ton per jaar in 2011
- Nederlandse overheid stelt geen duurzaamheidseisen
Amsterdam, 9 oktober 2008 – Uit onderzoek van Milieudefensie
blijkt dat producenten in Nederland van plan zijn om eetbare
oliën zoals koolzaad, palmolie en soja te verwerken tot drie
miljoen ton biodiesel per jaar in 2011. De totaal beschikbare
capaciteit biobrandstoffen is nog groter; ruim vijf miljoen ton
per jaar in 2011. Een zorgwekkende ontwikkeling volgens
Milieudefensie. De productie van de huidige biobrandstoffen
leidt tot ontbossing, hogere voedselprijzen en
landrechtconflicten met de lokale bevolking.
Tien fabrieken kunnen onder meer soja verwerken tot biodiesel.
De meerderheid heeft geen idee van de herkomst of procuctiewijze
van de soja. Uit eerder onderzoek van Milieudefensie blijkt dat
voor de aanleg van sojaplantages vaak tropisch regenwoud wordt
gekapt. Probleem is ook dat de meeste onderzochte fabrieken
biobrandstof gaan produceren op basis van eetbare oliën en
daardoor rechtstreeks concurreren met de voeldselvoorziening die
van deze producten afhankelijk is.
De Nederlandse overheid stelt nu geen enkele duurzaamheidseis
voor de productie van biobrandstof. Volgens Milieudefensie is
het onmogelijk om op grote schaal duurzame biobrandstoffen te
produceren. “Daarom roepen we de Nederlandse overheid op ervoor
te zorgen dat er geen Europese bijmengverplichting van 10
procent voor biobrandstoffen komt”, aldus campagneleider Anne
van Schaik.
Zes producenten van biodiesel uit eetbare oliën hebben plannen
voor een tweede fabriek of uitbreiding van de capaciteit. Of de
plannen doorgaan hangt sterk af van de besluitvorming van de
Europese Unie. Die beslist de komende maanden of en hoeveel
biobrandstof verplicht bijgemend moet worden in de gewone
brandstoffen.
Bron: milieudefensie.nl
Europarlement kiest voor
duurzame biobrandstoffen
2-10-2008
De omstreden Europese keuze voor biobrandstoffen
blijft overeind. Vandaag schaarde de commissie Industrie en
Energie van het Europese Parlement zich achter de doelstelling
dat het verkeer tegen 2020 voor 10 procent op biobrandstoffen
moet rijden. Het EP heeft wel het accent verschoven naar
duurzame biobrandstoffen.
Ontbossing en hoge voedselprijzen
Biobrandstoffen kwamen de voorbije maanden onder vuur te liggen
omdat ze mee verantwoordelijk worden geacht voor ontbossing en
stijgende voedselprijzen. Niettemin houdt het EP vast aan de
doelstelling dat biobrandstoffen binnen twaalf jaar 10 procent
van de brandstofconsumptie moeten vertegenwoordigen. Bovendien
stelt het EP een tussentijdse doelstelling van vijf procent
tegen 2015 voorop.
Strengere criteria
Onder impuls van de groene rapporteur Claude Turmes zijn de
criteria wel sterk aangescherpt. Zo moet een aanzienlijk deel
van deze brandstoffen (20 pct in 2015, 40 pct in 2020) komen uit
elektriciteit en waterkracht, of van biobrandstoffen van de
tweede generatie, die geen hypotheek leggen op de
voedselproductie (biomassa, afval,...).
Voluit voor hernieuwbaar
De biobrandstoffen maken deel uit van een ruimere richtlijn die
het gebruik van hernieuwbare energiebronnen in Europa moet
bevorderen. Met een overweldigende meerderheid van 50 tegen 2
bevestigden de Europarlementsleden de doelstelling dat 20
procent van de Europese energieconsumptie tegen 2020 uit
hernieuwbare bronnen moet komen. (belga/eb)
Bron: http://www.demorgen.be/dm/nl/990/Buitenland/article/detail/412635/2008/09/11/Europarlement-kiest-voor-duurzame-biobrandstoffen.dhtml
Europarlement wil maar 6 procent biobrandstof in 2020
13-09-2008
De grootste fracties in het Europees Parlement zijn het eens
geworden over een nog lager percentage als streven voor
biobrandstoffen. Het doel is nu dat in 2020 6 procent van alle
brandstoffen voor verkeer biobrandstof is. Het oorspronkelijke
doel van de Europese Commissie van 10 procent kwam de laatste
tijd steeds meer onder vuur te liggen omdat biobrandstoffen
volgens deskundigen leiden tot ontbossing, hogere voedselprijzen
en soms zelfs méér in plaats van minder CO2-uitstoot. De
milieucommissie van het EP zakte daarom al naar een percentage
van tussen de 8 en de 10. De industriecommissie gaat nu naar 6
procent. De EU-landen moeten er nog mee instemmen.
Voor de vorm blijft de 10 procent weliswaar overeind, maar 40
procent daarvan moet komen uit elektriciteit uit hernieuwbare
energiebronnen of uit waterstof en zeker niet uit de
'problematische' biobrandstoffen. PvdA-europarlementariër
Dorette Corbey is blij met het nieuwe streefpercentage omdat ook
zij de negatieve effecten van biobrandstoffen vreesde. Bovendien
vormen de nieuwe afspraken een goede prikkel voor bijvoorbeeld
het autorijden op waterstof. Sommige autofabrikanten zijn daar
al serieus mee bezig. Het EP wil ook dat in 2020 8 procent van
alle auto's helemaal geen CO2 meer uitstoten.
Bron: ANP
Biobrandstoffen en duurzame biobrandstoffen
Biobrandstoffen worden gewonnen uit plantaardig of dierlijk
materiaal (biomassa) en kunnen vloeibaar of gasvormig zijn. Ze
kunnen fossiele brandstoffen zoals benzine of diesel vervangen.
Er zijn verschillende soorten biobrandstoffen
Biobrandstof verergert de klimaatproblemen en vergroot honger en
armoede
25-06-2008
Het huidige biobrandstoffenbeleid lost de klimaat- of
brandstofcrises niet op, maar draagt bij aan voedselonzekerheid
en inflatie. Arme mensen worden hierdoor het hardst getroffen,
volgens een nieuw rapport van de internationale organisatie
Oxfam.
In het rapport 'Another Incovenient Truth' dat vandaag uitkomt,
berekent Oxfam dat het biobrandstoffenbeleid van rijke landen
meer dan 30 miljoen mensen de armoede in heeft geduwd.
Biobrandstoffen zijn voor bijna 30 procent verantwoordelijk voor
de wereldwijde crisis in voedselprijzen.
"Het biobrandstoffenbeleid draagt eigenlijk bij aan een
versnelling van klimaatverandering en verergert de armoede en
honger. De vraag van rijke landen naar meer biobrandstoffen voor
hun transport heeft de productie omhooggejaagd en geleid tot
inflatie van de voedselprijzen," zegt de schrijver van het
rapport, Oxfams beleidsadviseur voor biobrandstoffen Rob Bailey.
Rijke landen steunen hun eigen productie van biobrandstoffen met
streefcijfers, subsidies, belastingsvoordelen en tarieven. Deze
nieuwe 'belasting op voedsel' treft arme mensen het hardst,
omdat zij het grootste deel van hun inkomen uitgeven aan
voedsel.
Vorig jaar besteedden rijke landen bijna 15 miljard dollar uit
aan steun aan biobrandstoffen, terwijl ze het goedkopere ethanol
uit Brazilië buiten de deur hielden, een product dat veel minder
schade toebrengt aan de voedselzekerheid in de wereld . Een
zelfde bedrag is volgens Oxfam nodig om arme mensen te helpen de
voedselcrisis te overleven.
De biobrandstoffen die nu worden geteeld zijn geen effectief
antwoord op de klimaatverandering, zegt Oxfam. Biobrandstoffen
nemen landbouwgrond over en dwingen boeren kostbare
natuurgebieden in gebruik te nemen, zoals bossen en moerassen
die belangrijk zijn voor de CO2-opname. Door ontginning komt
koolstof uit de grond en vegetatie vrij, iets wat decennia zal
duren om te herstellen.
De EU-doelstelling om 10% biobrandstoffen in te zetten in 2020
zal volgens Oxfam geen besparing van CO2 uitstoot opleveren.
Oxfam schat dat door veranderingen in het landgebruik voor
palmolie juist 70% meer CO2 zal vrijkomen dan de jaarlijkse
besparingen die de EU hoopt te bereiken.
Het rapport stelt dat biobrandstoffen de behoefte aan
brandstofzekerheid van de rijke landen niet oplossen. "Zelfs
wanneer vandaag nog de hele wereldvoorraad graan en suiker tot
ethanol wordt verwerkt - waardoor iedereen nog minder te eten
krijgt - dan kunnen we slechts 40 procent van onze petroleum- en
dieselconsumptie vervangen," zegt Bailey. "De regeringen van
rijke landen moeten biobrandstoffen niet als excuus gebruiken om
besluiten te vermijden die dringend nodig zijn. Besluiten over
hoe de ongeremde vraag naar petroleum en diesel terug te
dringen."
Nederland loopt in de EU voorop met het voornemen in 2010 5,75%
biobrandstof bij te mengen bij onze reguliere brandstof en moet
daarom grote volumes biobrandstof gaan importeren. Dat staat op
gespannen voet met de duurzaamheidcriteria die Nederland wil
toepassen. In de praktijk blijkt dat voor Nederland de
volumedoelstelling zwaarder weegt dan de duurzaamheidcriteria.
In ontwikkelingslanden kunnen biobrandstoffen alternatieve
duurzame energie opleveren voor arme mensen in achtergestelde
gebieden. In Mali bijvoorbeeld, leveren bio-energieprojecten
schone energiebronnen op voor arme plattelandbewoners. Maar ook
hier kunnen de economische, maatschappelijk en milieukosten
ernstig zijn en landen moeten hier voorzichtig mee omgaan.
"Biobrandstoffen waren bedoeld als alternatief voor olie - een
betrouwbare bron van energie voor het vervoer. Maar rijke landen
hebben hun beleid dusdanig ontworpen dat het veel te veel de
belangengroepen in eigen land dient. Zij maken de
klimaatverandering nog erger, niet beter. Zij roven gewassen en
land weg van de voedselproductie, en zij vernietigingen
gaandeweg miljoenen huishoudens," zegt Bailey.
'Another Incovenient Truth' doet de volgende aanbevelingen:
Rijke landen:
- nieuwe biobrandstofprogramma's bevriezen
- bestaande biobrandstofprogramma's die armoede verergeren en
klimaatverandering versnellen herzien
- de subsidies en belastingsvoordelen voor biobrandstoffen
afschaffen
- het invoertarief op biobrandstoffen verlagen
Ontwikkelingslanden:
- zeer voorzichtig te werk gaan, waarbij zij voor de lange
termijn plannen, ambitieuze doelstellingen vermijden en de
economische, maatschappelijk en milieu-effecten van
biobrandstoffen analyseren
Bedrijven en investeerders:
- zorgdragen dat biobrandstofprojecten niet plaatsvinden zonder
de vrije en geïnformeerde toestemming vooraf van plaatselijke
gemeenschappen
- in afgelegen gebieden toegang tot energie stimuleren
Bron: Oxfam Novib
Biologisch (on)verantwoord.
Worden al die biodieselfabrieken in Rotterdam voor niets
gebouwd?
De kritiek op
biobrandstoffen neemt toe. En dat terwijl Nederland koploper op
het gebied van zulke brandstoffen wil worden.
Nog geen jaar geleden was dit nog een verlaten grasveld in de
Botlek in de Rotterdamse haven; nu staat hier tussen de
reuzentanks van opslagbedrijf Vopak een bijna voltooide fabriek.
Deze zomer hoopt Biopetrol, een Zwitserse dochteronderneming,
haar eerste liters biodiesel te produceren. Stroomopwaarts, in
Pernis, bouwt Dutch Biodiesel een fabriek die later dit jaar
moet gaan produceren. Eveneens in Pernis ontwikkelt WHEB
Biofuels een fabriek. En vorige week legde de Rotterdamse
burgemeester, Opstelten, in de Europoort de eerste steen voor
een fabriek van het Spaanse Abengoa, een van 's werelds grootste
makers van biobrandstoffen. De bouw van nog eens vier
productievestigingen van biobrandstoffen staat op stapel. Het
Havenbedrijf Rotterdam schat dat de biobrandstofsector de
komende zes jaar goed is voor 1,6 miljard euro aan investeringen
in de haven.
Lees het hele artikel
http://www.intermediair.nl/artikel.jsp?id=1236125
Milieuorganisaties
presenteren lijst van 'goede' en 'foute' biomassa
Gezamenlijk persbericht van Stichting Natuur en Milieu en
De Provinciale Milieufederaties.
Minister Van der Hoeven ontvangt rapport over duurzame biomassa
24 januari 2008
Stichting Natuur en Milieu en De Provinciale Milieufederaties
presenteren vandaag een lijst van goede en foute soorten
biomassa. Sommige soorten biomassa leiden tot kap van oerwouden,
hogere voedselprijzen en soms tot zelfs meer uitstoot van
broeikasgassen dan olie of kolen. Slechte biomassa zijn
koolzaad, soja, palm- en zonnebloemolie, tarwe, bieten en mest.
Deze biomassasoorten zouden niet door overheid gesubsidieerd
moeten worden. Goede biomassa zijn allerlei reststromen uit de
voedingssector, landbouw en industrie, evenals diverse houtige
gewassen, zoals hennep, riet, populier en wilg.
De milieuorganisaties concluderen dat er voldoende mogelijkheden
zijn voor duurzame elektriciteitsproductie met biomassa. Op
korte termijn zijn er echter te weinig duurzame biobrandstoffen
voor het verkeer.
Minister Maria van der Hoeven, directeur Mirjam de Rijk van
Natuur en Milieu en voorzitter Volkert Vintges van De
Provinciale Milieufederaties met de lijst 'Heldergroene
biomassa' in Den Haag. Meer foto's.
De milieuorganisaties bieden hun visie 'Heldergroene biomassa'
vandaag aan minister Van der Hoeven (Economische Zaken) aan. De
milieuorganisaties roepen de overheid op om alleen echt duurzame
soorten biomassa te stimuleren. Concreet vragen ze de overheid:
>> subsidieer geen foute biomassa in de subsidieregeling voor
duurzame elektriciteit (SDE). De lijst van 'goede' en 'foute'
biomassa kan daarbij als leidraad dienen;
>> verlaag de verplichte doelstelling om in 2010 5,75%
biobrandstof aan de autobrandstoffen toe te voegen. Tel alleen
de echt duurzame biobrandstoffen mee;
Richt het stimuleringsbeleid op daadwerkelijke CO2-besparing die
een biomassasoort oplevert. Dit betekent dat de subsidie voor
elektriciteitsproductie hoger moet zijn naarmate de toegepaste
biomassasoort meer CO2-reductie oplevert. Ook bij de
bijmengregeling zouden biobrandstoffen die veel CO2-winst
opleveren zwaarder moeten meewegen.
In de visie 'Heldergroene biomassa' staan tien
duurzaamheidscriteria waaraan biomassa moet voldoen. Met deze
criteria hebben milieuorganisaties alle gangbare soorten
biomassa beoordeeld. Voor het eerst is er nu een totaaloverzicht
van duurzame en niet-duurzame biomassa.
In hun visie noemen de milieuorganisaties vormen van duurzame
biomassa die in Nederland geproduceerd kunnen worden. Ze kiezen
voor schoon resthout uit de industrie, snoeihout uit bossen en
houtwallen en papierslib (een restproduct uit de
papierindustrie). Ook kunnen gewassen als wilg, riet en
olifantsgras worden geteeld. De teelt van hout biedt
mogelijkheden voor landschapsherstel, natuurontwikkeling en
recreatie. Biomassa uit ooibossen, broekbossen, grienden en
houtsingels kunnen de biodiversiteit in het landelijk gebied
herstellen. http://www.natuurenmilieu.nl/page.php?pageID=15&itemID=3324
Huidige biobrandstoffen dragen niet bij aan
duurzaam transport
Er is meer klimaatwinst te halen door biomassa in stroom om te
zetten dan als directe vervanging van benzine of diesel. Daarom
is een voorstel om transportbrandstoffen om te zetten in
biobrandstoffen niet de beste investering in duurzaamheid. Dat
blijkt uit “Local and global consequences of the EU renewable
directive for biofuels: testing the sustainability criteria” van
het Milieu- en Natuurplanbureau. Bevindingen uit deze studie
worden vandaag gepresenteerd in het Europees Parlement.
10% biobrandstof voor transport
De Europese Commissie heeft op 23 januari voorstellen voor
energie en klimaat gepresenteerd. Voor de transportsector is
daarbij het doel van 10% hernieuwbaar gesteld. Dit doel kan
alleen worden gehaald door de inzet van biobrandstoffen. De
Europese Commissie heeft aangegeven dat deze biobrandstoffen
duurzaam moeten worden geproduceerd en dat de
broeikasgasemissies over de gehele keten minstens 35% lager
moeten zijn dan van fossiele benzine of diesel. Alle
biobrandstoffen kunnen daaraan voldoen.
Hogere voedselprijzen
Omdat bestaande technieken voor biobrandstof gebaseerd zijn op
voedselgewassen, zoals granen, maïs, suikerbieten en palmolie
(waarvan de laatste niet past binnen de duurzaamheidcriteria),
zal de EU biobrandstof doelstelling van 10% leiden tot hogere
voedselprijzen. Deze hogere voedselprijzen hoeven niet alleen
negatieve gevolgen te hebben. Maar landen die voedsel importeren
zullen, zoals veel Afrikaanse landen, zullen wel degelijk hinder
ondervinden van deze stijgende prijzen. De prijseffecten zullen
nog groter worden als andere landen ook biobrandstoffen gaan
stimuleren, zoals de Verenigde Staten van plan zijn door de
productie van bio-ethanol de komende 10 jaar te laten stijgen
naar ruim 130 miljard liter (waarvoor ruim 30 miljoen hectare
nodig is).
Biodiversiteitbehoud botst met broeikasgasreductie
Voor de productie van biobrandstoffen is meer land nodig.
Uitgaande van de bestaande technieken komt een 10% doel in 2020
neer op een areaal van 20 tot 30 miljoen ha, waarvan ongeveer 16
miljoen ha in Europa zelf. Een dergelijk areaal is binnen Europa
alleen beschikbaar als het landbouwbeleid van de EU wordt
geliberaliseerd. Echter, bij volledige marktwerking zal de EU
slechts de helft van de noodzakelijke gewassen zelf verbouwen.
De andere helft zal worden geïmporteerd, omdat de productie van
biobrandstoffen daar goedkoper kan. Om te voorkomen dat hierdoor
verlies van biodiversiteit optreedt, kan ingezet worden op
efficiënter landbouwproductie, door gebruik van kunstmest. Dit
levert bij sommige gewassen echter hogere stikstofemissies op,
wat in de vorm van lachgas ook een broeikasgas is. Het EU doel
om biodiversiteitsverlies te stoppen kan daarmee botsen met het
doel om de emissies van broeikasgassen te verlagen.
Duurzaam transport
De hoop is voor een deel gevestigd op nieuwe biobrandstoffen.
Als onbruikbare afvalstromen daarmee een nuttige toepassing
krijgen, is dat een goede zaak. Maar die nieuwe biobrandstoffen
zijn ecologisch gezien niet altijd de beste optie. Nieuwe
technieken voor duurzaam transport zijn auto’s op waterstof,
hybride auto’s, oplaadbare hybride auto’s en volledig
elektrische auto’s. De productiekosten van deze technieken zijn
relatief hoog, omdat ze –met uitzondering van hybride auto’s-
nog niet commercieel geproduceerd worden. Gezien de noodzaak van
duurzame alternatieven voor verkeer is het cruciaal de kansen
die dergelijke opties bieden zoveel mogelijk te benutten.
Bron: www.mnp.nl
Subsidie op Roetfilters
Subsidie op zonnestroom
Duurzame brandstoffen
Energielabel voor huizen - Energielabel voor woningen
Subsidie op dubbel glas? Subsidie
op dubbel glas komt terug.
Subsidie voor windmolens en windenergie.
Subsidies voor windenergie. Windmolens in zee en op land.
Subsidie op zonnepanelen.
Subsidie op zonneboilers.
Subsidies en premies voor zonne-energie, zonneboilers en
zonnepanelen
Nieuwe subsidie voor groene stroom
Allerlei subsidies voor jou
|